Opzet van het studieprogramma
| Studieduur en studiebelasting |
De studieduur van de masteropleiding bedraagt 2 jaar in deeltijd.
De studiebelasting bedraagt in totaal 80 ec (= 2240 uur).
| Curriculum |
Algemene omschrijving
Door middel van literatuurstudie, groepsdiscussies, contactdagen, presentaties en het schrijven van papers bekwaamt de student zich in toenemende mate in de vroege kerk van de eerste twee eeuwen, uitlopend op een eindscriptie die gedurende het tweede studiejaar wordt geschreven. Op deze wijze krijgt de student een gedegen overzicht van en inzicht in de verschillende facetten van het gemeenteleven en het geloof van de vroege kerk. Tevens is de student in staat deze kennis en inzichten te vertalen naar het heden en te integreren in een praktisch gemeenteleven en christen-zijn in de eenentwintigste eeuw.
De verschillende studieblokken
Jaar 1 (40 ec)
- Studie- en onderzoeksmethoden (-)
- Geschiedenis van de vroege kerk (6 ec)
- Geschriften van de vroege kerk (6 ec)
- Christen-zijn in een multiculturele samenleving (4 ec)
- Evangelistiek en apologetiek (4 ec)
- Christendom en Jodendom (4 ec)
- Kerk en liturgie (4 ec)
- Paper (12 ec)
Jaar 2 (40 ec)
- Schriftgebruik en traditie (8 ec)
- Geloven en belijden (8 ec)
- Orthodoxie en dwaalleringen (8 ec)
- Eindscriptie (16 ec)
| Onderwijsvorm |
Tijdens de masteropleiding worden er geen colleges gegeven. In plaats daarvan studeert de student doormiddel van
1. probleemgestuurd onderwijs en
2. zelfstandig onderzoek.
| Probleemgestuurd onderwijs |
In het HBO wordt probleemgestuurd onderwijs (PGO) in toenemende mate toegepast. Bij PGO krijgen studenten niet een uitgewerkt aanbod van kennis en theorieën door middel van frontale colleges, maar gaat men zelf aan de slag aan de hand van een taak. De studenten dienen aan de hand van de taak zelf de leerdoelen te formuleren en daarna met een veelheid van informatiebronnen aan de slag te gaan. Van de studenten wordt verwacht dat zij zelf een structuur aanbrengen in de ingewikkelde en voor hen in eerste instantie onsamenhangende materie. Op deze wijze ontwikkelen de studenten zich tot actieve en zelfstandige onderzoekers en probleemoplossers.
Groepswerk
Bij PGO werken de studenten in een studiegroep en houden zij regelmatig contact met elkaar. Het is de bedoeling dat de probleemstellingen door de groep als collectief worden opgelost. Dit betekent ondermeer dat de studenten als groep zullen moeten plannen, effectief rapporteren en elkaar kritisch bevragen.
Afhankelijk van de opdracht kan de groep beslissen het gehele traject gezamenlijk te bewandelen, dan wel op effectieve wijze de taken te verdelen. Het groepswerk sluit individuele studie dus niet uit.
Contactdagen
Ter afronding van een studieblok (zie onder) zal de groep de bevindingen van het gedane onderzoek zowel mondeling als schriftelijk presenteren. Deze presentatie vindt plaats op een zogenoemde 'contactdag'. Het aantal jaarlijkse contactdagen staat ongeveer gelijk aan het aantal per jaar af te ronden studieblokken. Deze contactdagen zullen vrijdags te Zwijndrecht worden gehouden.
Begeleiding en beoordeling
De groep staat onder supervisie van een docent die fungeert als aanspreekpunt en, zo nodig, de groep van sturend advies kan voorzien. Deze docent is ook aanwezig op de terugkerende contactdagen waarop hij/zij de presentatie van de groep zal evalueren en beoordelen. Aangezien de studenten de studieblokken in principe als groepswerk zullen afronden, zal elk studieblok groepsmatig worden beoordeeld.
Middels een bepaalde vorm van monitoring, zal daarnaast de participatiegraad van elke student in kaart worden gebracht. Op grond hiervan kan, indien noodzakelijk, het individuele cijfer per student worden bijgesteld.
| Zelfstandig onderzoek |
Naast het probleemgestuurde groepswerk, doet elke student zelfstandig onderzoek. Tijdens het eerste studiejaar betekent dit dat de student zich individueel bezig houdt met literatuurstudie binnen een specifiek interessegebied (mogelijk reeds vooruitlopend op de eindscriptie van het tweede jaar). Ter afronding van het eerste jaar schrijft elke student een paper, waarin de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek worden gepresenteerd.
Toelating tot het tweede, tevens laatste jaar, is mede afhankelijk van de beoordeling van deze paper.
Ter afronding van de gehele masteropleiding doet de student individueel een onderzoek binnen de eigen interessesfeer en competentie en schrijft hierover een academische eindscriptie.
| Website/leeromgeving |
De studenten krijgen toegang tot een speciale leeromgeving op de ETA website. Deze omgeving kan worden gebruikt voor chat, discussie, publicatie en uitwisseling van documenten.
| Diplomering / certificering |
Om in aanmerking te komen voor diplomering of certificering, geldt dat elk onderdeel, d.w.z. de afzonderlijke studieblokken, de overgangspaper en de eindscriptie met een voldoende (6.0 of hoger) zullen moeten worden afgerond.
De student ontvangt het diploma tijdens een speciale bijeenkomst, die gewoonlijk eenmaal per jaar wordt gehouden.