Hermeneutiek II
Nadat in de cursus Hermeneutiek I alle aandacht is uitgegaan naar de tekst en de wijze waarop deze kan worden benaderd om tot een adequate exegese te komen, wordt in deze cursus de aandacht verlegd naar de persoon van de uitlegger.
Centraal daarbij staat de vraag in hoeverre de twintigste eeuwse mens nog wel in staat geacht kan worden om een tekst uit het begin van onze jaartelling of zelfs daarvoor te verstaan. Kan hij deze kloof van twintig eeuwen of meer nog wel overbruggen en zo ja hoe? Wat is ‘begrijpen’ eigenlijk en hoe voltrekt dit proces zich?
De moderne hermeneutiek heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de beantwoording van deze vragen en aan de verworven inzichten wordt in deze cursus veel aandacht besteed. Zo wordt de student onder meer vertrouwd gemaakt met begrippen als ‘hermeneutische cirkel’ en ‘verstaanshorizon’ en leert hij de opvattingen kennen van de hedendaagse specialisten op dit terrein, zoals Hans-Georg Gadamer, Paul Ricoeur, Emilio Betti en Anthony C. Thiselton.
Maar anderzijds kan de moderne hermeneutiek een reële bedreiging vormen voor de wijze waarop wij omgaan met Gods Woord. Het plaatsen van kritische kanttekeningen bij onze mogelijkheden tot verstaan, kan ertoe leiden dat ons verstaan van Gods Woord wordt verduisterd.
Toch kunnen en mogen we niet om de vragen van de moderne hermeneutiek heen. Zij drukken een onuitwisbaar stempel op onze cultuur en - of wij het nu willen of niet - ook op ons denken. Vandaar dat wij de moderne hermeneutiek opvatten als een uitdaging om tot een beter verstaan van Gods Woord te komen. Aan het einde van de cursus dient de student kennis te hebben van de opvattingen van de moderne hermeneutiek. Men dient zich bewust te zijn van de bedreigingen die schuilgaan in deze opvattingen, maar ook oog te hebben voor de uitdaging die er van uitgaat.
Terug