Koningen & Profeten
In het Nieuwe Testament wordt veelvuldig verwezen naar wat geschreven staat in het Oude Testament. Veel van deze verwijzingen hebben betrekking op de oudtestamentische profeten. Wie zijn zij? Wanneer hebben ze geleefd? Woonden ze in het Noordelijk of het Zuidelijk Rijk, of buiten Israël? Hoe was hun relatie tot de toenmalige politiek? Onder welke koning of koningen hebben ze hun boodschap gebracht? Hoe was de reactie op hun boodschap?
Op al deze vragen wordt in deze cursus ingegaan. De cursus beoogt de student inzicht te geven in de wirwar van historische gegevens om zo iedere profeet te plaatsen in zijn eigen historische context.
Op deze wijze kan men Gods handelen in de geschiedenis (van Israël) beter begrijpen en kunnen heldere lijnen worden getrokken naar zowel het Nieuwe Testament als naar onze tijd.
Een hulpmiddel daarbij is een uitvoerige studie van het begrip profetisme. Hoe werd iemand profeet? Wat was de functie van de profetenscholen? Wat maakte iemands woorden profetisch? Hoe zit het met de goddelijke inspiratie van de profeet?
Bijzondere aandacht krijgen de personen Elia, Elisa en koning Salomo.
Voor het overige worden, naast de inleidingsvraagstukken, in chronologische volgorde de hoofdlijnen bestudeerd van de inhoud van de boeken Obadja, Joël, Jona, Hosea, Amos, Micha, Jesaja, Nahum, Zefanja, Habakuk, Jeremia en Klaagliederen.
Bij de behandeling van het laatstgenoemde boek wordt tevens uitvoerig stilgestaan bij het onderwerp ‘rouwverwerking’.
De student behoort na de studie van deze module de profeten in hun historische context te kunnen plaatsen en aan te kunnen geven wat hun boodschap voor die tijd inhield.
De opkomst en ondergang van de monarchie kunnen worden beschreven, evenals de oorzaken van de scheuring van het land en het verloop van de geschiedenis van de twee rijken. Daarnaast is de student vertrouwd met de verschillende visies ten aanzien van de inleidingsvraagstukken.
Inhoudsopgave Koningen en Profeten A
Inhoudsopgave Koningen en Profeten B
Terug