Moderne theologie
“Als men vandaag het lichaam van Jezus zou opgraven, dan zou mijn geloof er niet minder op worden”. Dit soort en andere uitspraken kunnen we heden ten dage regelmatig optekenen uit de mond van vooraanstaande theologen. Op het eerste gezicht lijkt het hier om een opvatting van een diepgelovig persoon te gaan: zelfs als Jezus’ lichaam wordt gevonden, zal dat zijn geloof niet aantasten. Wat een onwankelbaar geloof moet dat zijn! Maar als we erover doordenken, bekruipt ons in toenemende mate een onbehaaglijk gevoel, want hoe kan in vredesnaam iemands geloof staande blijven als Jezus’ lichaam wordt gevonden? Hierom draait toch immers het hele christelijk geloof: de opstanding? Wat houdt dat geloof dan nog in?
Over dit onderwerp handelt de cursus Moderne Theologie. De cursus beoogt een inleiding te bieden in het theologisch denken van de twintigste eeuw.
Na de behandeling van de belangrijkste voorlopers hiervan, zal de aandacht zoveel mogelijk uitgaan naar de hoofdgedachten van de meest invloedrijke theologen van deze eeuw. Aan de orde komen onder meer: Karl Barth, Rudolph Bultmann, Dietrich Bonnhoeffer, Paul Tillich, de bevrijdingstheologieën (met onder andere de politieke en feministische theologie), de postmoderne theologie, de procestheologie en het New-Agedenken.
Naast de behandeling van deze stromingen wordt uiteraard ook aandacht besteed aan de waardering en/of weerlegging van de verschillende opvattingen.
Tenslotte wordt de student aan het einde van de cursus een aantal criteria voor een ‘bijbelgetrouwe’ theologie aangereikt aan de hand waarvan men zelf bestaande of nieuwe theologieën kan toetsen.
Aan het einde van de cursus dient de student de belangrijkste elementen uit de opvattingen van de behandelde personen te kennen en is men in staat deze te evalueren.
Terug